12.03.22 – 17.04.22
Let op: de expositie sluit zaterdag 16 april om 16.00 uur
Deelnemers: Robbert de Goede, Andreas Hetfeld, Merel Holleboom, Theo Janssen, Marus van der Made, Debora Makkus, Marja Milo, Marijke Wijgerinck.
Curator: Marus van der Made
De expositie ODE toont een boeiend en met zorg samengesteld aanbod aan beeldende kunst. Je wandelt door verschillende disciplines: van een speelse uitdaging tot een strak lijnenspel en van fijn en klassiek tot mechanisch en geometrisch.
Ervaar deze eerste expositie in de showroom van Franx. Een ode aan velen die de afgelopen 28 jaar hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van de kunstorganisatie en het bereiken van deze mijlpaal: een prachtige expositielocatie. Maar vooral ook… een ode aan de kunst.
Debora Makkus
‘Japan en Faience’
Grote meesters uit het verleden, zoals Mankes, Vermeer en Rembrandt vormen een belangrijke inspiratiebron voor de schilderijen van Debora Makkus, evenals het abstracte werk van Rothko. Makkus bouwt haar schilderijen op uit 40 à 50 laagjes (semi-)transparante acrylverf, waarmee zij levendigheid en diepte creëert. Zij schildert met een rijk palet en speelt voortdurend met kleur, licht en contrast. Clair-obscur combineert ze vaak met een onconventionele compositie, waarbij zij alle nadruk legt op één object.
Het liefst schildert Makkus oude objecten met gebruikssporen. Maar zij creëert soms ook haar eigen voorwerpen op het doek, zoals de vaas op haar schilderij ‘Japan’. Deze bestaat eigenlijk niet maar is geïnspireerd op meerdere objecten uit musea. Zij koos de vorm van een bestaande vaas en de decoraties zijn geïnspireerd op andere porseleinen objecten. Zo experimenteert zij totdat het werk de sfeer heeft die zij zoekt, waarbij er veel aandacht is voor details maar er toch rust van het geheel uitgaat.
Makkus leerde zichzelf schilderen tijdens het herstelproces na een verkeersongeval. Inmiddels heeft zij ruim vijfentwintig museumexposities gehad en exposeert regelmatig in Azië. Haar werk bevindt zich in vele (internationale) collecties en ontving drie awards.
Marijke Wijgerinck
‘De Onderstroom’
Het werk van Marijke Wijgerinck gaat over huid. Huid als onderwerp, beeldelement en metafoor. De lijnen en sporen in de huid zijn als een landschap dat zich in de tijd vormt, vol verhalen en herinneringen. Huid is raakvlak en ultieme grens.
Marijke werkt vanuit het concept en kiest materialen die drager van ideeën kunnen zijn (papier, hout, staal, brons, polyester, aarde, klei, water, film). Deze twee- en driedimensionale werken ontstaan zowel in haar werkplaats als op binnen- en buitenlocaties elders. Voor ‘ODE’ heeft zij een nieuw ruimtelijk werk gemaakt. In het plotselinge tot stilstand komen van de wereld, veroorzaakt door de pandemie, werd ‘De onderstroom’ haar Leitmotiv als beeld van de altijd doorgaande levensstroom met de stenen als bedding. ‘If it weren’t for the rocks in its bed, the stream would have no song’ (Carl Perkins).
Marijke Wijgerinck voltooide haar opleiding aan de Academie voor Beeldende Vorming in Amersfoort (1981) met als specialisatie beeldhouwen en keramiek.
Theo Janssen
‘Ode aan het Soetermeerse Meer’
Theo Janssen is freelance fotograaf en beeldend kunstenaar. Zijn fotografie accentueert ruimte en perspectief. Met geometrische precisie kiest hij de compositie. Het resultaat geeft een bijna abstract beeld van de werkelijkheid, soms met een vleug surrealisme.
Inspiratiebronnen zijn kunstenaars als Jan Dibbets en Ger Dekkers met hun fascinerende visie op perspectief en horizon. Deze aspecten kenmerken het cultuurlandschap in Nederland en de open ruimte van de polders in het bijzonder. Het Fotowerk van Theo Janssen is vanaf 1985 vele malen geëxposeerd in galeries in Nederland, maar ook in enkele buitenlandse galeries zoals Nitra en Parijs.
Omdat het omliggende landschap van Zoetermeer zijn werk heeft beïnvloed en de ontstaansgeschiedenis van Zoetermeer zijn interesse heeft, kiest hij als bijdrage aan de openingsexpositie van Franx voor een ODE aan het in 1616 drooggevallen, oorspronkelijke Soetermeerse Meer. In zijn installatie wordt een panoramafoto van de huidige Zoetermeerse Meerpolder getoond met een spiegeling die het verloren meer terug brengt naar het heden. En dat in de tijdloze sfeer van ‘Spiegel im Spiegel’ van Arvo Pärt.
Marus van der Made (tevens curator)
‘Piramide serie P512021’
Het werk van Marus van der Made valt onder de stroming concrete kunst. Hij omschrijft zichzelf ook als minimalist. Van der Made vervaardigt hoofdzakelijk ruimtelijk werk. Hij experimenteert met verschillende materialen en oppervlakken. Naast zuivere pigmenten gebruikt hij ook antraciet (steenkool) en roest oxidatie.
Zijn werk is vaak thematisch. Zo heeft zijn laatste werk de piramide als thema. Door deze af te snijden en in te drukken ontstaan er verrassende vormen. Door de kunstwerken aan een dunne staaldraad te hangen creëert de kunstenaar een extra dimensie. In al zijn werk blijft de essentie van vorm belangrijk, al worden emotie en intuïtie ook toegelaten.
Het werk voor ODE is een piramidevorm, hangend aan een 2 mm dunne staaldraad. Het werk zweeft boven de vloer. Op deze vloer is een driehoek van antraciet aangebracht. Hierin ligt een verdiept zwart spiegelvlak. De hangende piramide zal hierin worden weerspiegeld en de piramidevorm zal door de luchtdruk licht bewegen.
Het werk van de kunstenaar is te vinden in diverse museale-, gemeentelijke-, bedrijfs en privécollecties. Ook won hij diverse prijzen zowel in binnen- als buitenland. O.a de kunst en cultuurprijs van Zoetermeer en kunstprijzen in Milaan en Brussel. Daarnaast was hij genomineerd in Pulchri Den Haag voor de Van Ommeren-de Voogt Prijs en 2x voor de Jacob Hartog Prijs.
Robbert de Goede
‘Ball figure 1‘
Robbert de Goede is opgeleid aan de Kunstacademie in Architectonische Vormgeving. De laatste tien jaar is hij tevens werkzaam als beeldend kunstenaar. Hij heeft in binnen- en buitenland geëxposeerd en wordt ook vertegenwoordigd door diverse galeries in Nederland, België, Duitsland en Spanje.
Wiskundige figuren, beweging, ruimte en tijd zijn de inspiratiebronnen van De Goede. Ook natuurlijke fenomenen die bepaalde logische paden volgen hebben zijn interesse. De kunstenaar werkt altijd met draadwerk: dun voor kleiner werk en dikker voor groter werk. Door middel van rijgwerk ontstaan ruimtelijke vormen en contouren.
Voor de expositie ODE, was de ruimte zelf de start. De specifieke plek in de hal het vervolg. Het gaat om de weg naar het werk toe en er weer vanaf. Ook de lichtinval en het formaat van de plek spelen een rol. De draden worden van gat naar gat gespannen en onzichtbaar aan de binnenzijde bevestigd.
Door heen en weer te lopen langs het werk wordt duidelijk hoe het werk opgebouwd is. Door de beweging ontstaat ook een intieme, bijna meditatieve band met het werk: het oog wil focussen, maar dit blijkt lastig. In dit proces verdwijnt de beschouwer in het werk, en ontstaat er een zeer intieme relatie tussen kijker en beeld.
Marja Milo
‘Uit balans’
In 1996 studeerde Marja Milo af aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, afdeling Monumentaal. Na het eindexamen volgde een periode waarin Milo ruimtelijk werk (3D) maakte. Zij volgde verder nascholing om zich te bekwamen in het schilderen met olieverf.
De werken zijn in de loop der tijd geëxposeerd in musea, galeries, opgenomen in verschillende collecties en aangekocht door particulieren.
Verbondenheid met een thema is voor Marja Milo een belangrijke voorwaarde voor het verkrijgen van inspiratie, zowel op persoonlijk als maatschappelijk vlak. Zij vindt ook geregeld een uitdaging in techniek en hecht daarbij waarde aan onderzoek. Het beperkte kleurpalet van de Zweedse kunstenaar Anders Zorn (1880-1920) leverde de 120 kleuren waaruit het beeld voor ODE is opgebouwd. Het is voor Milo een blijvende inspiratiebron gebleken.
Voor ODE heeft zij voortgeborduurd op het werk dat ze maakte voor de expositie ‘Stoere Helden in coronatijd’. Het beeld voor ODE is een monumentaal werk dat gaat over chaos versus ordening met regelmaat, beweging en verval. Het materiaal spiegelt, waardoor de toeschouwer zichzelf ziet en onderdeel wordt van het beeld. De voorliefde van Marja Milo voor werken in series, met beperkingen en herhalingen, komt hierin tot uiting.
Adreas Hetfeld
‘Prayer’
Van kinds af aan had Andreas Hetfeld een sterke verbinding met de natuur: ‘het bos is mijn tweede huis’. In zijn werk komen diverse thema’s terug zoals de verbinding van de mens met de natuur, de vergankelijkheid, de fysieke samensmelting van mens en machine en de troostende en vernietigende kracht van religie. Het palet aan materialen en technieken waar Hetfeld mee werkt omschrijft hij als grenzeloos: twee- en driedimensionaal, tekeningen, collages, ruimtelijke installaties en landart projecten.
Voor ODE ging de kunstenaar op zoek naar een werk dat een bepaalde actualiteitswaarde heeft. Hij kwam uit bij het werk ‘prayer’, dat hij hier voor het eerst in een nieuwe opstelling laat zien en met het geloof als centraal gegeven. De herhaling voegt een extra betekenislaag toe. ‘Prayer is in de kern een ode aan vrede en menselijkheid, geplaatst in een beladen tijd met grote maatschappelijke onrust en agressie.’
Van de oorspronkelijk in was geboetseerde vorm maakte Hetfeld een mal, om het beeld te verveelvoudigen. Het wit van het gegoten gips geeft het een maagdelijk, schijnbaar onschuldig karakter. De biddende handen waren uitgangspunt voor het ooglogsmonument ‘stil verdriet’ in Veghel dat daar een rituele functie voor de gemeenschap heeft gekregen. Pas jaren later vond de kunstenaar de versmelting met een projectiel. De gevouwen handen zitten er als het ware helemaal in en worden omsloten door het projectiel.
Andreas Hetfeld volgde een technische opleiding metaalbewerking in Duitsland. In 1989 kwam hij naar Nederland als therapeut in psychiatrische inrichtingen en gevangenissen. Hij exposeerde en werkte internationaal. De afgelopen jaren is zijn werk vooral opdrachtgebonden met een permanent karakter in de openbare ruimte.
Merel Holleboom
‘Boxing-Me2u’
Beweging is het sleutelwoord in het werk van Merel Holleboom. Zij bestudeert allerlei soorten bewegingen en hoe zij deze kan vastleggen en nabootsen. Het zijn bewegingen in en van de natuur: door groei, door getijden of het weer en bewegingen. Gemaakt met spierkracht of door machines en apparaten. Haar interesse gaat niet alleen uit naar het letterlijke, het zichtbare. Ook het niet tastbare boeit haar.
Al deze ‘bewegingen’ neemt zij mee naar haar werkplaats. Daar ‘gooit’ zij kilo’s ijzer bij en kneedt dat met een snufje humor tot de installaties en beelden die u ziet. Het werk voor ODE is een reflectie op haar persoonlijke beleving van de afgelopen twee jaar. Een onzekere tijd op gebied van een (werk)plek vinden in een periode van gedwongen veranderingen in de huidige tijd van hoogconjunctuur. Haar werk gaat over het wel of niet aangaan van de ‘strijd’ met je omgeving of jezelf. Doorgaan of opgeven. Een ‘bokspartij van hilarische aard’. Wordt het wel óf niet meespelen? Haar werk ‘lokt het spel uit’. Of het spel gespeeld gaat worden, is aan de beschouwer.
Merel Holleboom ronde in 2016 de opleiding ‘Fine art’ af aan ArtEZ te Arnhem en reist sindsdien met haar werken door Nederland en het buitenland.